Soja update 2015: Joint factsheet

Nederland heeft afspraken gemaakt om bij te dragen aan de verduurzaming en vervanging van sojaproductie en de vermindering van sojaconsumptie. De Nederlandse sojacoalitie brengt elke twee jaar een ‘Sojabarometer’ uit, waarin wordt gemeten in hoeverre die afspraken worden nagekomen. Dit is een tussenstand over 2015.

Klik hier voor het factsheet Soja tussenstand 2015

WWF Soy Scorecard 2016

The WWF Soy Scorecard 2016 scores and ranks 133 leading companies on their use of responsible soy. It looks at how these companies source soy for animal feed or animal products, so they can see how well they are addressing one of the world’s most serious environmental challenges: the irresponsible production of soy.

The WWF Soy Scorecard 2016 shows that while some front-running companies are leading the way on responsible soy, far too many are lagging behind – or hiding from responsibility completely.

This is the second in a series of WWF Soy Scorecards assessing European buyers of soy.

WWF Soy Scorecard 2016

scorecard

Nederlandse soja negen keer milieuvriendelijker dan Zuid-Amerikaanse soja

Questionmark onderzocht de milieuschade van soja uit Zuid-Amerika en Europa. In aanvulling op eerder onderzoek is nu ook de ontbossing per land bekeken evenals het verlies van biodiversiteit. Hierdoor wordt duidelijk dat het verschil in milieuschade nog veel groter is dan werd gedacht.

Fact Sheet Milieudefensie

Questionmark Rapport – Milieu-impact Zuid-Amerikaanse en Europese soja 2015

Public NGO Statement on FEFAC Soy Sourcing Guidelines

FEFAC , the European Feed Manufacturers’ Federation, recently has issued a first version of its Soy Sourcing Guidelines (August 11, 2015). These guidelines are communicated as a “professional
recommendation” for a minimum norm to be applied by European companies sourcing soy. The guidelines are the basis for a benchmark of certification standards to determine if these standards
comply with their voluntary minimum norm for import. These standards can be company‐owned or, for example, multi‐stakeholder standards.

As NGOs who have given detailed input in the earlier draft of the Guidelines (in May 2015) we herewith communicate the following.

We support the effort of FEFAC to align a diversity of feed manufacturing companies in Europe behind a common minimum norm. We appreciate that our comments on the draft were dealt with
transparently, and that some of our comments, for example on verification‐in‐the‐field, on aerial spraying of pesticides or waste disposal have been adopted in the final version.
We stress however that we cannot endorse this minimum level as it is now. A major criticism is that FEFAC’s guidelines are allowing legal deforestation and conversion of other valuable habitats.
Despite our advice, there has been no change in criteria 28 stating that ‘no soy is produced on land that was illegally deforested after a certain cut‐off date mentioned in national legislation (e.g. 2008 in Brazil, 2008 in USA etc.). NGOs indicated that the guidelines should go beyond illegal deforestation, and should refer to an internationally defined cut‐off date after which no
deforestation is allowed, as not all countries and regions have sufficient legislations in place.

Especially in the drier, vulnerable areas, that have a low protection status such as the Gran Chaco (Argentina, Bolivia, Paraguay), or the Brazilian Cerrado, actual (illegal and legal) expansion of soy far exceeds responsible levels. Various other key issues important to NGOs are considered beyond baseline level by FEFAC (e.g. the execution of a comprehensive, participatory and documented
community rights assessment, criterion 55). Also the essential maintenance and restoration of natural vegetation around bodies of water and steep slopes and hills (criterion 30) is still just
voluntary in the Guidelines.

We stress that the Guidelines should not be misinterpreted as a “new standard”, or as a guideline for “responsible” sourcing. FEFAC rightly states in its comments that these guidelines are not
‘responsible soy’ 1) ‘It is not FEFAC’s intention to misuse the claim ‘responsible soy‘. However, in the formal and informal communication of FEFAC (spokespersons) or its members the Guidelines have been applauded as a new “mainstream market solution”, a “game changer” or indeed as “responsible”1.   We find this use of the term “responsible” to be misleading. We stress that only a standard such as RTRS or sufficiently equivalent, such as Pro Terra, can currently carry the label “responsible.” We call upon retail, government and other important stakeholders in the game of market transformation, to clearly support and maintain this level of ambition.

We urge FEFAC to formulate clear ambitions and timelines to make explicit when all soy imported by FEFAC members should be produced according to their guidelines, and by when FEFAC members should be sourcing RTRS‐certified or equivalent responsible soy. In this process, monitoring volumes and transparently communicating progress towards these goals, are key. Without an explicit ambition to create volume, and push up the bar to a responsible level, the Guidelines will not be a “game changer”. Rather they risk legitimizing business as usual, and lowering Dutch, European and even global ambitions on responsible soy. At the global level, more and more companies and governments pledge to strive for zero (net) deforestation in their value chains. As an example, the Soy Sourcing Guidelines of the Consumer Goods Forum 2) try to guide companies which soy standards to adopt. Unfortunately, the minimum norm proposed by FEFAC’s does not come close to a level that meets the aspirations (on deforestation) of the CGF and its global companies. Our aim is to achieve truly responsible soy in our harbors, supermarkets, restaurants, and home kitchens.

Both ENDS
FARN (Argentina)
Fundación Vida Silvestre Argentina
IUCN NL
Natuur & Milieu (NL)
WWF (NL)

For more information:
Both ENDS – Tamara Mohr ‐ tm@bothends.org
FARN – María Marta di Paola ‐  economiaambiental@farn.org.ar
Fundación Vida Silvestre – Diego Moreno ‐  diego.moreno@vidasilvestre.org.ar
IUCN NL – Heleen van den Hombergh – heleen.vandenhombergh@iucn.nl
Natuur & Milieu – Ben Hermans – b.hermans@natuurenmilieu.nl
WWF NL – Sandra Mulder – smulder@wwf.nl

1: http://www.fefac.eu/news.aspx?CategoryID=2063&EntryID=20692
2: http://www.theconsumergoodsforum.com/download‐the‐sustainable‐soy‐sourcing‐guidelines

Soja Barometer 2014 gepubliceerd / Soy Barometer 2014 published

De Soja Barometer 2014 geeft inzicht in de hoeveelheid soja die in 2013 door Nederland werd geïmporteerd, verwerkt en geconsumeerd, en welk gedeelte daarvan verantwoord geproduceerd was. De gegevens in de Soja Barometer 2014 worden vergeleken met die uit de Soja Barometer 2012.

Soja Barometer 2014 (Dutch version)

The Soy Barometer 2014 provides insight in the quantity of soy which was imported, processed and consumed  in the Netherlands in 2013 and which part of this was produced in a responsible way. The data of the Soy Barometer 2014 are compared with those of the Soy Barometer of 2012.

Soy Barometer 2014

see also

Soy Barometer 2014. A Research report for the Dutch Soy Coalition

Artikel in Trouw belicht het niet nakomen van de afspraken door varkens- en pluimveehouderij

De varkens- en de pluimveesector houden zich niet aan afspraken om in Nederland vanaf volgend jaar alleen nog duurzaam geteelde soja te gebruiken. De Sojabarometer 2014, die onlangs is gepubliceerd, bevestigt dat beeld, meldt dagblad Trouw.

Afspraken
Volgens de beide sectoren blijkt de overeenkomst te duur. Staatssecretaris Dijksma (landbouw) en minister Ploumen (buitenlandse handel) willen het bedrijfsleven hoe dan ook aan de afspraken houden.

Duurzaam
De overeenkomst vloeit voort uit inspanningen van de Ronde Tafel voor Verantwoorde Soja (RTRS). Daarin praten boeren, bedrijfsleven, overheden en maatschappelijke organisaties om de sojaketen te verduurzamen. Soja wordt veel gebruikt in voedingsmiddelen en veevoer, maar heeft een grote milieu-voetafdruk. De Ronde Tafel – nu 180 leden uit 22 landen – is opgericht om die milieuschade te verminderen.

Klik hier voor het volledige artikel

[bron Trouw d.d. 30 oktober 2014 – auteur Kees de Vré]

WRR Rapport: Naar een voedselbeleid

Rond voedsel spelen vele maatschappelijke vragen. Zij zijn vaak aanleiding voor stevige debatten. De Nederlandse vraagstukken kunnen echter niet los worden gezien van mondiale ontwikkelingen.

Op mondiaal niveau doen zich opgaven voor op het gebied van ecologische houdbaarheid, volksgezondheid en de robuustheid van de voedselvoorziening. In Naar een voedselbeleid onderzoekt de WRR de consequenties voor Nederland van deze opgaven. Zij brengen voor Nederland specifieke kwetsbaarheden, kansen en verantwoordelijkheden met zich mee.

Het is tijd voor een expliciet voedselbeleid: beleid dat rekening houdt met de uiteenlopende waarden rond voedsel, met de samenhang tussen productie en consumptie en met de veranderde machtsverhoudingen in het voedselsysteem. De raad wijst hiernaast op de noodzaak te investeren in de veerkracht van het voedselsysteem.

WRR Rapport 93: Naar een voedselbeleid

 

Nevedi wijst op internationale kader van dossier verantwoorde soja

Zonder daadwerkelijke marktvraag lukt het niet om naar 100% gebruik van verantwoorde soja te komen. De diervoederindustrie kan geen producten door de markt drukken als de vraag ontbreekt. Een groot deel van de dierlijke producten die Nederlandse veehouders produceren is bestemd voor export. Buiten Nederland is nog nauwelijks vraag naar vlees, zuivel en eieren die met verantwoorde soja zijn geproduceerd. Dat schrijft de brancheorganisatie voor de Nederlandse diervoederindustrie Nevedi in een brief aan staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken en minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De brief werd eind juni verzonden met het oog op het algemeen overleg in de Tweede Kamer op 2 juli.

In december 2011 sprak de Nederlandse diervoederindustrie samen met de zuivel-, vlees-, eier- en de retailsector de ambitie uit dat in 2015 alle in Nederland gebruikte soja afkomstig moet zijn van duurzame productie. Internationaal neemt Nederland een koploperpositie innemen en er is vertrouwen dat in andere Europese landen binnen afzienbare tijd ook de omslag naar verantwoorde soja wordt gemaakt. Volgend de Nededi is de diervoedersector er klaar voor om een 100% marktvraag naar verantwoorde soja te beantwoorden, maar zal dat alleen lukken als daar ook vraag naar ontstaat.

Gemeengoed voor Nederlandse markt
Sinds 2012 coördineert de Stichting Ketentransitie Verantwoorde Soja de aankoop van verantwoorde soja. Dit jaar is het voor het laatst dat er nog collectief inspanningen worden verricht binnen de stichting om het gebruik van verantwoorde soja in de dierlijke productieketens aan te jagen. Vanaf 2015 moet de markt zorgen dat het gebruik van verantwoorde soja is vastgelegd in inkoopvoorwaarden, leveringsvoorwaarden en kwaliteitssystemen van alle betrokken ketenpartijen. Momenteel zijn de Nederlandse diervoedersector, retail, zuivel, de keten voor duurzaam varkensvlees en de Kip van Morgen hier druk mee bezig. Dit zal ertoe leiden dat vanaf 2015 het gebruik van verantwoorde soja voor de productie van dierlijke producten voor de Nederlandse markt gemeengoed wordt.

Circa 550.000 ton in 2013
Dit jaar wordt er een module voor verantwoorde soja in het GMP+ systeem geïmplementeerd. De zuivelsector heeft inmiddels uitgewerkt hoe het gebruik van verantwoorde soja is te borgen. Voor duurzaam varkensvlees is een aanvulling gemaakt op GlobalGAP waarin omschreven staat dat verantwoorde soja wordt vereist. Ook voor de Kip van Morgen wordt gewerkt aan het vastleggen van het gebruik van verantwoorde soja in ketenkwaliteitssystemen en inkoopvoorwaarden. In de tweede helft van dit jaar moeten deze zaken definitief hun beslag krijgen. Hierbij wordt onder verantwoorde soja verstaan soja die voldoet aan de criteria van de Round Table on Responsible Soy (RTRS) of hieraan gelijkwaardig is. Nederlandse bedrijven kochten in 2013 samen circa 550.000 ton gecertificeerde soja.

Veel productie voor export
Een groot deel van de dierlijke producten die Nederlandse veehouders produceren is bestemd voor export. Buiten Nederland is nog nauwelijks vraag naar vlees, zuivel en eieren die met verantwoorde soja zijn geproduceerd. Het is wel van groot belang dat die vraag op gang komt, is gebleken in de ketentransitie. Uit contacten met de Zuid-Amerikaanse soja-aanbieders is bovendien gebleken dat een substantiële Europese vraag voor veel van hen cruciaal is om grootschalig te investeren in de teelt van verantwoorde soja. Als het vooral een Nederlandse aangelegenheid blijft, zijn voor hen de volumes te klein om blijvend rekening te houden met deze afwijkende duurzaamheidscondities. De wereldwijde toenemende marktvraag vormt dan een goed alternatief en Nederland sluit zich dan buiten.

RTRS book and claimcertificaten bieden geen oplossing
Het aankopen van RTRS book and claimcertificaten door retail of andere bedrijven in de keten biedt op termijn geen soelaas. Het is weliswaar een korte termijn marktsignaal voor producenten, maar het stelt alle overige ketenpartijen buiten de discussie. Daarom zal de aankoop van soja met deze certificaten niet leiden tot de gewenste effecten op productie en handel en is de impact van die methodiek marginaal. Nevedi vindt dat aankoop van verantwoorde soja door diervoederbedrijven via het ‘mass balance systeem’ een belangrijke voorwaarde moet zijn. Dit betekent dat elk toeleverend bedrijf zelf moet nadenken wáár hij zijn soja betrekt. In massa-verhoudingen komt de gecertificeerde soja dan ook via toeleveranciers in Nederland terecht. Via een administratief systeem vervolgens ook via Nederlandse veehouders bij hun afnemers. Uiteindelijk wordt zo gecertificeerde soja gemeengoed en zijn alle ketenpartijen betrokken.

Fefac
Het RTRS book and claimcertificaten moet volgens Nevedi een internationaal kader kennen. De organisatie is blij dat de Europese organisatie van de diervoederindustrie Fefac heeft besloten om het gebruik van verantwoorde soja actief te gaan promoten in Europa. Fefac is nu bezig duurzaamheidscriteria voor soja te formuleren. Nevedi gaat ervan uit dat deze criteria begin volgend jaar bekend zijn en worden afgeleid van de bestaande RTRS. Daarnaast wil Fefac een systeem van transparante benchmarking laten ontwikkelen en daar aan gekoppeld een systeem van regionale risico analyse. De Nederlandse diervoederindustrie heeft besloten om het sojavolume dat gebruikt wordt voor de productie van vlees en eieren voor export volgend jaar te gaan aankopen volgens de Fefac duurzaamheidscriteria. Hiermee zijn belangrijke RTRS criteria ingevuld voor alle soja die het Nederlandse diervoeder in gaat. Voor de binnenlandse vraagmarkt zal de Nederlandse diervoederindustrie actief inspelen op de concrete vraag van marktpartijen naar RTRS-of hieraan equivalente soja.

[bron: Nevedi, 26/06/14]

Uitstoot CO2 van Europese soja nog niet onderscheidend

Op dit moment bestaan er nog weinig alternatieve eiwitbronnen met een lagere CO2 voetafdruk dan Zuid Amerikaanse soja. Europese sojaschroot en vleesmeel uit pluimvee zijn wat betreft de uitstoot aan CO2 – in het Engels carbon footprint – min of meer gelijkwaardig aan Zuid Amerikaanse soja.

 

Die conclusie valt op te maken uit onderzoek door Wageningen UR. Tijdens een themamiddag van het onderzoeksproject Feed4Foodure gingen diverse onderzoekers in op de stand van zaken op het gebied van alternatieve eiwitbronnen. Marinus van Krimpen had de gevolgen van sojavervanging in varkensvoer voor een aantal scenario’s doorgerekend. ‘Dierlijk eiwit en Europese sojaschroot bieden het meeste perspectief. Maar voordat de carbon footprint van eiwithoudende gewassen uit Europa echt gunstiger is dan die van Zuid Amerikaanse soja zullen de opbrengsten per hectare moeten stijgen. Er is meer aandacht nodig voor veredeling en verbetering van de teeltomstandigheden.’ Daarnaast moet het financieel saldo van een eiwithoudend gewas kunnen concurreren met andere akkerbouwgewassen.

Toename landgebruik

Van Krimpen ondersteunde zijn resultaten met een doorrekening van Agrifirm. Daaruit blijkt dat het volledig telen van de eigen soja-behoefte, bij de huidige opbrengsten (2,3 ton soja/hectare) neerkomt op een benodigd areaal van 1.000.000 hectare. In dit geval zou Europa zelfvoorzienend zijn in soja. ‘Het gevolg is dat we dan minder andere gewassen telen. Stel dat we in Europa minder mais gaan telen en dat importeren uit Noord Amerika, dan is er per saldo 280.000 hectare meer land nodig. Het is dus allemaal nog niet zo simpel.’

Grote volumes nodig

Pas bij een opbrengst van 3,1 ton per hectare blijft het landgebruik volgens de berekeningen gelijk. Agrifirm schat in dat die opbrengsten genetisch gezien wel haalbaar zijn. ‘Wij zien elk jaar een verhoging van 0,1 ton per hectare. Maar op dit moment komen telers nog vijfhonderd tot zevenhonderd euro per hectare te kort om rendabel soja te kunnen telen’, vertelde Ruud Tijssens namens Agrifirm. Het bedrijf investeert al een aantal jaar in het telen van soja in Nederland. Voor een rendabele teelt zijn grotere volumes nodig, stelde Tijssens. ’Ik vraag me wel af of we ooit volledig zelfvoorzienend kunnen zijn met de eigen sojateelt. De vervanging van alle soja-import lijkt me niet haalbaar, of pas op zeer lange termijn.

[bron: veeteelt.nl 28 mei 2014]